[Testen op toegankelijkheid]

Artikel
Toegankelijkheid van websites

Het bouwen van een website is uiteraard een individuele aangelegenheid. Toch zijn er geschreven en ongeschreven wetten waar een website aan moet voldoen. Het internet zelf is niet onderworpen aan een hogere instantie die bepaalt wat kan en niet kan. Wel zijn er organisaties die een aantal elementen van het huidige Internet bepalen, omdat het anders niet zou werken. Een voorbeeld is het gebruik van HTML, de opmaaktaal voor het Internet. HTML is ontwikkeld door het World Wide Web Consortium, het W3C. Het W3C biedt de makers en gebruikers van het internet uitgebreide voorschriften voor het goed gebruik van dat HTML. Zolang makers van internetsoftware en bouwers van websites zich maar aan die voorschriften houden kan via het net probleemloos informatie worden uitgewisseld.

Was het maar waar. De praktijk is helaas een stuk weerbarstiger. Zo hebben de makers van populaire browserprogramma's als Microsoft Internet Explorer en Netscape Navigator jarenlang eigen uitbreidingen bedacht voor HTML. In een aantal gevallen werd daarmee vooruit gelopen op beslissingen van het W3C, maar veel van die uitbreidingen hebben het nooit geschopt tot 'W3C recommendation'. En dus bestaan er functies die alleen maar werken bij bepaalde versies van bepaalde browsers.

Voor menigeen is dat nauwelijks een probleem. De 'battle of the browsers' tussen Microsoft en Netscape is inmiddels achter de rug. Microsoft is als overwinnaar uit die oorlog gekomen en veel meer dan tachtig procent van de internetgebruikers surft tegenwoordig over het net met het bladerprogramma van de reus uit Redmond. Dus pas je site aan aan Internet Explorer en er is geen vuiltje aan de lucht. Hele volksstammen, menig groot webdesignbureau incluis, hanteren inmiddels deze werkwijze.

Productstandaard

Dat het riskant kan zijn om een 'productstandaard' te volgen bleek weer eens in september 2001, toen versie 6 van de meest populaire browser uitkwam. Sites die in voorgaande versies van Internet Explorer probleemloos werkten, bevatten in versie 6 opeens hinderlijke fouten. En de reden is nìet dat de nieuwste versie programmeerfouten bevat. Nee, Microsoft heeft beloofd om de richtlijnen van het W3C nauwkeuriger te gaan volgen. 'Foute code' die tot dusverre zonder problemen werd getolereerd en weergegeven, wordt in de nieuwste versie niet langer geaccepteerd. Dat was jammer voor de eigenaren van websites die in de maanden voor september 2001 voor veel geld hun site hadden laten aanpassen aan de laatste stand van de techniek; die konden weer opnieuw beginnen.

Het volgen van productstandaarden blijkt wel vaker op de wat langere termijn een te gemakkelijke keuze te zijn. In het geval van het internet is er een alternatief: de HTML-specificatie van het W3C. Het enorme succes van het medium is vooral te danken aan het feit dat er één standaard is om informatie te publiceren. Makers van software en van websites hebben met de HTML-specificatie een gezamenlijk referentiepunt. En dat is de beste garantie dat informatie een zo breed mogelijk bereik heeft.

Want hoewel Internet Explorer op dit moment het meest gebruikt is, is het niet voor iedereen de meest geschikte browser. Zo zijn er internetprogramma's waarmee een braille-leesregel wordt aangestuurd, of voicebrowsers. Dergelijke programma's, in gebruik bij specifieke doelgroepen, ondersteunen geen achtergrondkleuren, afbeeldingen, frames of JavaScript.
Het heeft er overigens alle schijn van dat er ook voor algemeen gebruik andere browsertypen aan zitten te komen: Met handcomputers en 'Personal Digital Assistants' wordt al over het web gesurft, BMW levert tegenwoordig de topuitvoering van de 7-serie met standaard internetaansluiting en de nieuwe generatie telefoons met beperkte HTML-ondersteuning wordt inmiddels al onder de naam i-Mode verkocht.
Die nieuwe vormen van gebruik hebben één ding gemeenschappelijk: de gebruikte browsers zijn zeer eenvoudig van opzet, bedoeld voor een klein scherm (of helemaal geen beeldscherm) en ondersteunen in beperkte mate de functies van hun evenknie op de PC. Een passende term voor dergelijke programmatuur of apparaten is 'low functionality viewers'. Ook de eerder genoemde braille-leesregel of voicebrowser vallen hieronder.

Basistechnologie

Betekent dat nou dat je voortaan geen JavaScript, Java, Flash of andere technieken meer kan gebruiken? Want dat zijn nu juist de zaken die het internet zo 'hip' maken. Gelukkig is de werkelijkheid (en het internet) niet zo zwart-wit. Gebruik van HTML als de basistechnologie voor een website is zeker aan te raden. Dus bijvoorbeeld geen gebruik van JavaScript of Flash voor de navigatie van de website, zonder dat een volwaardig alternatief in HTML beschikbaar is. Als daarmee in het concept van een website rekening wordt gehouden, wordt daarmee de toegankelijkheid van de informatie op die site sterk vergroot. Dus HTML als basistechnologie hanteren en de rest desgewenst inzetten als hulptechnologie.

Web Accessibility Initiative

Een bijzondere groep voor wie het internet ongekende mogelijkheden biedt zijn mensen met een handicap. Juist deze groep heeft er groot belang bij dat websites voldoen aan de webstandaarden, omdat informatie voor hen anders ontoegankelijk is. Aanvankelijk leek het internet voor deze groep een zegen, maar 'pseudostandaards' vormen inmiddels een reëel gevaar. Tim Berners-Lee, de uitvinder van het World Wide Web en directeur van het W3C, heeft het aldus samengevat: "The power of the Web is in its universality. Access by everyone regardless of disability is an essential aspect." Om die reden heeft het W3C het 'Web Accessibility Initiative' opgestart. Maar ook toekomstige ontwikkelingen lijken baat hebben bij dit initiatief: de vraag is immers of de combinatie computer-browser-beeldscherm over een paar jaar nog steeds zo'n groot aandeel heeft.
In Nederland heeft het ministerie van VWS, dat over het gehandicaptenbeleid gaat, met het project 'Drempels weg' het initiatief genomen om de toegankelijkheid van websites te verbeteren. En dat bleek wel nodig ook: sinds de start van 'Drempels weg' in maart 2001 is een grote hoeveelheid sites onderzocht op toegankelijkheid. De meeste scoorden een onvoldoende. Daarbij gaat het niet alleen om de technische toegankelijkheid, maar ook over onderwerpen als bondigheid en begrijpelijkheid van de beschikbare informatie en bruikbaarheid van de navigatie op de site.

Doelgroep

Een regelmatig gehoord argument om de website niet aan te passen voor 'low functionality viewers' is dat het te kostbaar is voor de kleine doelgroep van mensen met een handicap. Bedrijven kunnen daar wellicht mee wegkomen: die zijn immers niet verplicht de hele markt te bedienen en wegen de kosten af tegen de (verwachte) baten. Voor maatschappelijke organisaties en zeker voor overheden gaat die afweging niet op: iedere inwoner van Nederland behoort tot de doelgroep van de overheid. Voor een uittreksel van het bevolkingsregister, een paspoort of een subsidie kun je immers niet terecht bij een buurgemeente of -land. Waar tachtig procent bereik van de markt voor een onderneming al heel aardig is, moet elke overheidsorganisatie gaan voor de volle honderd procent.
Dat is nog lang niet overal in de praktijk gebracht. Meer dan duizend overheidsorganisaties hebben inmiddels een website. Een groot deel van die organisaties is momenteel bezig met de professionalisering van hun aanwezigheid op het web. Aandacht voor de toegankelijkheid maakt deel uit van die professionaliseringsslag.
Vooral dankzij de inspanningen van 'Drempels weg' wordt het onderwerp ook steeds concreter onder de aandacht gebracht. Maar het zal nog veel inspanning vergen voordat de toegankelijkheid optimaal kan worden genoemd.


Raph de Rooij
Hoe ver kun je gaan met het toegankelijk maken van een website? Houd je een saaie site over, kun je niet-HTML toepassen zonder dat daarmee de toegankelijkheid in gevaar komt? Raph's eigen website, http://www.raph.nl/, is een omgebouwde gewone site, waar gebruik wordt gemaakt van tabellen voor opmaak, javascript, DHTML, frames, een database etc. De site fungeert tegenwoordig ook als proeftuin voor toegankelijkheid volgens prioriteit 3 van de 'Web Content Accessibility Guidelines'.


versie: 16 januari 2003

[Terug naar boven] [Beginpagina]


 
counter