[Testen op toegankelijkheid]

Referentiebrowsers

Het antwoord op de vraag 'voor welke browser moet een site geschikt zijn' lijkt eenvoudig: alle browsers. Zoals op de beginpagina al wordt aangegeven, is het immers aan te bevelen om niet browserspecifiek te ontwerpen. Aan de andere kant bieden moderne browsers functionaliteit die het gebruiksgemak van een site aanzienlijk kunnen verhogen, maar die niet beschikbaar zijn in de wat oudere of meer eenvoudige browsers. Daarom is een poging gedaan om te achterhalen op welke standaarden en aanbevelingen (het World Wide Web Consortium gebruikt de term 'recommendations') moderne browsers zijn gebaseerd. En is geprobeerd te beoordelen welke van die browsers de status van referentiebrowser verdienen.

Functionele compatibiliteit

Een browser kan worden aangemerkt als referentiebrowser als onderstaande recommendations en standaarden in voldoende mate worden ondersteund. Het betreft open, goed gedocumenteerde en voor webpublicatie bedoelde richtlijnen, ontwikkeld door of onder toezicht van een standaardiseringsorganisatie of het World Wide Web Consortium (W3C). Het feit dat er meerdere referentiebrowsers zijn en websites in alle referentiebrowsers dezelfde functionaliteit moeten bezitten, sluit het gebruik van browserspecifieke functies en voorzieningen uit. Tenzij tevens een alternatief wordt geboden dat wel aan de standaarden voldoet.

Op deze manier is de optimale bruikbaarheid van een website niet beperkt tot één enkele browser of één besturingssysteem. "The power of the Web is in its universality", zei Tim Berners-Lee eens. En de uitvinder van het web heeft daarmee helemaal gelijk: websites baseren op een 'standaardproduct' in plaats van op echte standaarden is een ongezonde ontwikkeling. Het sluit groepen gebruikers uit en kan er op den duur toe leiden dat iedereen zich lijdzaam de grillen van een monopolist moet laten welgevallen.
Een biologisch ecosysteem kan alleen gezond zijn als er sprake is van diversiteit; voor het 'webecosysteem' geldt die regel ook!

Recommendations (W3C)

HTML of XHTML

ref: www.w3.org/TR/html4 en www.w3.org/TR/xhtml1

Document Object Model

ref: www.w3.org/DOM/DOMTR

Cascading Style Sheets

ref: www.w3.org/TR/REC-CSS1 en www.w3.org/TR/REC-CSS2

Toegankelijkheid

ref: www.w3.org/WAI en www.w3.org/TR/WCAG10
(let ook op checkpoint 11.4)

Standaarden (ECMA)

Scripting

ref: www.ecma-international.org/publications/standards/ECMA-262.HTM

Rendering engines

Het hart van elke moderne browser is een HTML/XHTML/CSS/JavaScript rendering engine. Browsers met dezelfde naam gebruiken voor verschillende besturingssystemen in de regel dezelfde rendering engine; de verschillen zitten hem vooral in het uiterlijk - de user interface - en soms in stabiliteit en snelheid. Uitzondering hierop is Microsoft: Internet Explorer voor Windows en voor Macintosh zijn in feite twee totaal verschillende browsers, die alleen dezelfde naam dragen.
Rendering engines die de hierboven genoemde standaarden ondersteunen zijn (in alfabetische volgorde):

Referentiebrowsers

Uitgangspunten:

  1. Per rendering engine wordt maximaal één browser aangewezen als referentiebrowser.
  2. De rendering engine die in de browser wordt gebruikt dient op ten minste twee van de volgende besturingssystemen beschikbaar te zijn: BeOS, FreeBSD, Linux, Mac OS, OpenVMS, OS/2, Unix of Windows. Versies of distributies gelden niet als afzonderlijke besturingssystemen.
  3. Als aan voorwaarde 2 niet wordt voldaan, komt een browser toch in aanmerking als het marktaandeel van die browser op een besturingssysteem ('platform') vijftig procent of meer bedraagt. Het besturingssysteem dient op zijn beurt een marktaandeel van ten minste vijf procent te hebben.
  4. Van de browser dient een definitieve release te bestaan;
  5. Bij gelijke geschiktheid heeft een open source browser de voorkeur.
Rendering
Engine
Naam browser Versie Engine multi- platform Engine Open Source Browser Open Source Markt- aandeel
> 50%
Referentie- browser
NGLayout Firefox 1 Ja Ja Ja Nee Ja
KHTML (Linux) Konqueror 3 Ja Ja Ja ? Ja
KHTML (Apple) Safari 1 Nee Ja Nee Ja Ja
Presto Opera 7 Ja Nee Nee Nee Ja
Trident IE Windows 6 Nee Nee Nee Ja Ja
Voor de volledigheid: de volgende browsers voldoen niet aan de randvoorwaarden:
NGLayout Netscape 6 / 7 Ja Ja Nee Nee Nee
? Netscape <= 4 Ja Nee Nee Nee Nee
? Opera <= 6 Ja Nee Nee Nee Nee
Tasman IE Mac 5 Nee Nee Nee Nee Nee
Trident IE Windows 4 / 5 Nee Nee Nee Nee Nee
? IE Windows <= 3 Nee Nee Nee Nee Nee

De referentiebrowsers zijn Firefox versie 1, Konqueror versie 3, Opera versie 7, Safari versie 1 en Internet Explorer voor Windows versie 6. Firefox en Opera omdat ze beschikbaar zijn voor meerdere besturingssystemen en Safari en IE voor Windows vooral vanwege het marktaandeel dat deze browsers momenteel hebben op één besturingssysteem. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat met name de ondersteuning van CSS2 in IE voor Windows door deskundigen als onder de maat wordt gekwalificeerd.

Netscape versie 7 is in hoge mate gelijk aan Mozilla 1.01 en die heeft op zijn beurt gefungeerd als 'donor' voor Firefox. Omdat Mozilla en Firefox open source producten zijn, is hieraan de voorkeur gegeven bij de keuze van de referentiebrowser. Er is voor gekozen om Firefox op te nemen in het overzicht, omdat dit product uit alleen een browser bestaat; Mozilla bevat verder nog een emailprogramma en een newsreader.
Internet Explorer voor Macintosh versie 5 heeft in 2004 veel terrein moeten prijsgeven aan Apple's browser Safari en wordt om die reden niet langer als referentiebrowser aangemerkt. Bovendien heeft Microsoft aangekondigd niet langer te investeren in de verdere ontwikkeling van de Mac-versie van Internet Explorer.

Referentiebrowsers en toegankelijkheid

Eigenlijk is WCAG, de toegankelijkheidsrichtlijn van het W3C, een buitenbeentje in het overzicht van standaarden en aanbevelingen. Toegankelijkheid van webpagina's valt immers niet in te bouwen in een browser. Voor webbouwers biedt WCAG aanknopingspunten hoe en in welke samenhang aanbevelingen en standaarden het beste kunnen worden gebruikt. Want niet alleen met de modernste browsers, maar ook met hulpmiddelen als screenreaders en braille-leesregels en met eenvoudige browsers dient een website toegankelijk te zijn. Door opname van WCAG in het overzicht van recommendations en standaarden wordt de toegankelijkheid onder uiteenlopende situaties gewaarborgd. Informatie zou daardoor toegankelijk moeten zijn in alle browsers, terwijl de bruikbaarheid optimaal is in de referentiebrowsers.
Een verouderde standaard als HTML 3.2 is niet in het overzicht opgenomen; door toepassing van een hogere versie van HTML en CSS in combinatie met WCAG is de bruikbaarheid van een site in oudere browsers beter te waarborgen.

Het is mogelijk om gebruik te maken van functionaliteiten die de nieuwste browsers ondersteunen, zonder daarbij noemenswaardige concessies te doen aan de toegankelijkheid van een site. Maar daarmee dient bij het ontwerp wel rekening te worden gehouden. Drie strategieën zijn daarbij mogelijk: graceful degradation, graceful transformation en het aanbieden van een aparte versie van een site.

Graceful degradation

Bij graceful degradation worden webtechnieken als Dynamic HTML (DHTML), JavaScript, Cascading Style Sheets (CSS) of specifieke plug-ins toegepast, waarbij er nadrukkelijk op wordt gelet dat informatie en navigatie in alle gevallen toegankelijk blijft voor browsers die dergelijke technieken niet ondersteunen. Het resultaat is een webpagina die onder alle omstandigheden toegankelijk is.
Een aardig voorbeeld van toepassing van graceful degradation is www.overheid.nl.

Graceful transformation

Bij graceful transformation wordt uitgegaan van 'plain and simple' HTML, waarbij standaard HTML elementen hele andere eigenschappen toebedeeld krijgen en als zodanig onherkenbaar kunnen worden 'getransformeerd'. Mits de browser het aankan, uiteraard.
Een voorbeeld van deze techniek is te vinden in het artikel over toegankelijkheid van uitklapmenu's.

Toegankelijke versie van een site

Als het echt niet anders kan, is het volgens de toegankelijkheidsrichtlijnen van het W3C toegestaan om een eenvoudiger versie van de site te maken. In elk geval dient ook de minder toegankelijke versie dan te voldoen aan zoveel mogelijk van de W3C toegankelijkheidsrichtlijnen. Een eenvoudig voorbeeld: afbeeldingen dienen altijd te worden voorzien van een ALT-attribuut.
Het gebruik van speciale toegankelijkheidsversies van een site wordt overigens afgeraden. In de praktijk leidt deze oplossing niet zelden tot nieuwe, andere problemen: zo kan de doorgeleiding van gebruikers naar de juiste versie van een pagina problematisch zijn. Vanaf de homepage is dat misschien nog wel te realiseren, maar het wordt al moeilijker als gebruikers via een zoekmachine of dieplink op een pagina terecht komen. Bovendien wordt het beschikbaar zijn van een toegankelijke versie niet zelden gebruikt als excuus om voor de gewone versie niet meer op de toegankelijkheid te letten.
Tenslotte is het synchroon laten lopen van inhoud en structuur van verschillende versies een aandachtpunt; het betekent een extra beheerslast. In de praktijk blijkt het op dat punt regelmatig fout te gaan en wordt de toegankelijke versie vergeten als de site wordt aangepast.

ATAG en UAAG

Behalve voor webpagina's zijn er ook toegankelijkheidsrichtlijnen voor software waarmee webpagina's kunnen worden gemaakt en bekeken. Voor de eerste categorie zijn er de Authoring Tool Accessibility Guidelines (ATAG) en voor de tweede categorie, waar browsers onder vallen, zijn er de User Agent Accessibility Guidelines (UAAG).
WCAG, ATAG en UAAG samen vormen de pijlers van het Web Accessibility Initiative van het W3C. De mate waarin browsers voldoen aan UAAG is niet meegewogen bij de bepaling van de referentiebrowsers; mogelijk wordt dit aspect later wel toegevoegd.

Doctype switching

De referentiebrowsers zijn in staat tot doctype switching, waardoor HTML-pagina's beter kunnen worden weergegeven zoals bedoeld in de specificaties van het W3C. De browser schakelt bij bepaalde doctypes over op standards compliance mode. Is dat niet het geval, dan interpreteren de browsers zelf hoe maker van een site de HTML bedoeld zou kunnen hebben: quirks mode wordt dat genoemd.
De kans dat een strak ontwerp er in een andere browser opeens heel anders uit ziet is in quirks mode een stuk groter dan in standards compliance mode. Webdesigners die de HTML-specificaties goed kennen (en weten toe te passen!) kunnen dus met doctype switching hun voordeel doen.

Meer informatie

Raph de Rooij
versie: 14 november 2004

[Terug naar boven] [Beginpagina]